De stand van de DTZ 2026

Met minder mensen meer waarde maken. Dat is de belangrijkste opgave voor de Dutch TechZone, blijkt uit De stand van de DTZ 2026.

Op 28 oktober kregen de program board Dutch TechZone, het programmateam en de Samenwerkende ondernemersverenigingen Dutch TechZone een toelichting op De stand van de Dutch TechZone 2026. Bas Doets van KplusV presenteerde de vijfde editie van dit jaarlijkse onderzoek naar de economie van Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Hardenberg en Hoogeveen.

Na vijf jaar monitoring is het beeld helder. De regio staat er beter voor dan vijf jaar geleden: bevolking, banen en bedrijven groeiden en de economie herstelde sterk na corona. Tegelijk blijven er structurele verschillen met de rest van Nederland, en de uitdagingen veranderen.

De economie groeit hard

Tussen 2020 en 2024 groeide de economie van de DTZ met maar liefst 38%. Voor een vergelijkbare groei had de regio eerder vijftien jaar nodig. Met een bruto binnenlands product van zo’n € 12,7 miljard is de regio goed voor ruim 1,1% van de Nederlandse economie.

Ook de werkgelegenheid groeit. De DTZ telt circa 136.500 banen, 14.210 meer dan in 2016. De afgelopen vijf jaar nam het aantal banen elk jaar toe. Het aantal vestigingen steeg naar ruim 30.000, vooral door de komst van zzp’ers en kleine bedrijven.

Maar het productiviteitsgat groeit

Per arbeidsjaar voegen we in de DTZ bijna € 17.900 minder waarde toe dan het landelijk gemiddelde. In 1995 was dat verschil nog € 5.000. De productiviteit steeg de afgelopen vijf jaar weliswaar met meer dan € 20.000 per arbeidsjaar (+27%), maar het absolute verschil met Nederland werd groter.

Een deel van de verklaring zit in de sectorstructuur. Landbouw, industrie, bouw, handel en zorg zijn hier relatief groot, terwijl sectoren met een hoge toegevoegde waarde zoals ICT, financiële dienstverlening en zakelijke diensten ondervertegenwoordigd zijn.

Daarnaast worden bedrijven gemiddeld kleiner: van 5,4 naar 4,5 arbeidsplaatsen per vestiging sinds 2016. Kleine bedrijven investeren doorgaans minder in innovatie en scholing. Ook is er relatief weinig werk in de regio: 631 banen per 1.000 inwoners van 15 tot 74 jaar, tegenover 726 landelijk. Alleen Hoogeveen zit daar met 748 boven.

Minder handen beschikbaar

De DTZ telt circa 291.900 inwoners en dat aantal blijft richting 2050 vrijwel gelijk. Achter die stabiliteit gaat een flinke verschuiving schuil. De potentiële beroepsbevolking krimpt met ruim 13.000 mensen, terwijl het aantal 75-plussers met 57% stijgt.

De arbeidsmarkt is nu al krap tot zeer krap, in vrijwel alle beroepsgroepen. De werkloosheid is met 3,6% historisch laag. Toch ligt de arbeidsparticipatie structureel onder het landelijke niveau. Halen we dat niveau wel, dan komen er bijna 5.000 extra mensen beschikbaar voor werk.

De verschillen binnen de regio zijn groot. In Hardenberg werkt 75,6% van de potentiële beroepsbevolking, in Emmen 68,1%. Daarnaast werken 47.300 inwoners buiten de regio, terwijl 32.900 mensen van buiten hier hun werk hebben.

Goed nieuws is dat de beroepsbevolking steeds hoger is opgeleid: het aandeel hoogopgeleiden steeg van 21% in 2015 naar 28% in 2025. Vakmanschap blijft een belangrijke troef, maar vraagt om blijvend om-, op- en bijscholen.

Industrie als ruggengraat

Met 18.320 banen en 1.490 vestigingen is de industrie een stevige pijler onder de regionale economie. Metaal, rubber en kunststof, voedingsmiddelen en chemie zijn samen goed voor 54% van de industriebanen. Rubber en kunststof springt eruit: 14% van de industriebanen, tegenover 5% landelijk. Een groot deel daarvan zit in Hardenberg.

Sinds 2021 groeide de werkgelegenheid in de industrie met 6%, sneller dan landelijk (4%). Uitschieters zijn reparatie en installatie van machines (+95% sinds 2016) en de productie van vliegtuigonderdelen in Hoogeveen. Het afgelopen jaar daalde het aantal industriebanen wel licht, met zo’n 70.

Ook in de industrie ligt de productiviteit lager dan landelijk: € 139.248 per arbeidsjaar, tegenover € 155.846 in Nederland (2023). Innovatie, digitalisering, verduurzaming en opschaling zijn de sleutels om dat gat te dichten.

Fijn wonen en leven

Inwoners van de DTZ zijn tevreden: 88,1% is tevreden met het leven, tegenover 85,3% landelijk. Ook over de vrije tijd zijn mensen positiever (78,9% tegenover 74,9%). Op veiligheid en milieu scoort de regio sterk; het aantal geregistreerde misdrijven daalde de afgelopen vijf jaar in alle gemeenten.

Het huishoudinkomen steeg tussen 2018 en 2024 met 41%, iets sneller dan landelijk (39%). Wel blijft het mediaan inkomen met zo’n € 35.200 onder het landelijke niveau van € 37.000. Ook op gezondheid en afstand tot voorzieningen scoort de regio lager. Het aantrekkelijke leefklimaat is een troef, maar geen vanzelfsprekendheid.

Van groeien in aantallen naar groeien in kwaliteit

De conclusie van het rapport is helder: met minder beschikbare arbeidskrachten moet de regio meer waarde creëren. Het onderzoek noemt vijf prioriteiten:

  1. De arbeidsproductiviteit verhogen.
  2. Het arbeidspotentieel beter benutten.
  3. Vakmanschap en digitale vaardigheden versterken.
  4. Kennisintensieve diensten en hoogwaardige bedrijvigheid laten groeien.
  5. Economie, wonen, bereikbaarheid en gezondheid in samenhang aanpakken.

Precies op die thema’s werken we als Dutch TechZone samen met ondernemers, onderwijs en overheid. Zo houden we dé regio voor de maakindustrie sterk.

Dank aan Bas Doets voor de vijfde editie van De stand van de Dutch TechZone en de toelichting.

Benieuwd naar alle cijfers? Het volledige rapport De stand van de Dutch TechZone 2026 lees je op onze website.

Bron: Stand van de Dutch TechZone 2026, KplusV in opdracht van Dutch TechZone (15 september 2026).

Jouw nieuws ook delen? Klik hier.